Amsterdam, St.-
Het gebouw bestond uit een rechthoekige hoofdpoort met aan de stadzijde twee kleine
achthoekige traptorens en aan de veldzijde twee zware ronde torens, waarvoor een
voorpoort, deze was oorspronkelijk van de hoofdpoort gescheiden door een stenen brug
over de stadsgracht. Vermoedelijk bevond zich hieronder de scheiding tussen het zoute
IJwater en het binnenwater van de Amstel. In 1614 werd het gebouw tot Waag ingericht
waarbij de ruimte tussen de voor-
Een gevelsteen in één van de hoektorens vermeldt: „MIIII c LXXXVIII de XXVIII dach 1 April wart de eerste steen van dese poert gheleit". Het muurwerk is overal voorzien van speklagen en hoekblokjes in Gobertanger steen. Onder de geveltop aan de stadzijde is een kruis in verglaasde stenen in het metselwerk opgenomen. In de zuidelijke toren van de voorpoort is in het fries eveneens de rest van een kruis in verglaasde koppen te herkennen. In deze voortorens zijn ook de sleutelgatvormige schietgaten voor haakbussen. Merkwaardig zijn de rechthoekige dichtgemetselde gaten aan de buitenzijde ter weerszijden van de doorgang van de voorpoort. Deze kunnen niet voor een ophaalbrug zijn, omdat er een dijklichaam voor de poort lag. Voor kanongaten zitten ze erg hoog en erachter was geen weergang.
Aan het verblijf van het metselaars-
De poort is gebruikt als Amsterdams Historisch Museum (1926-
De poort is gerestaureerd in 1992-