Enkhuizen, Koepoort
Tussen de Westerstraat en het Westeinde staat de westelijke toegangspoort de Koepoort.
Aan het eind van de 16e eeuw werd
de ruimte binnen de bestaande stadsmuur van Enkhuizen,
als snelgroeiende handelsstad, te klein, daarom begon men in 1590 met de aanleg van
de vestingwal, een ontwerp en onder leiding van de bekende vestingbouwkundige Mr.
Adriaen Anthonisz, burgemeester van Alkmaar, een aarden omwalling met een nieuwe
verdedigingsgracht en zeven bastions. Op de plaats waar nu de Koepoort staat, kwamen
een houten poort en een ophaalbrug, dit bouwsel moest vervangen worden door een entree
dat er degelijker uit zou zien.
De eerste steen van de Wester-
De bouwtekening (waarschijnlijk van de hand van Jacob van Campen) voorzag in een rechthoekig bouwwerk met een door bakstenen kruisgewelven overspannen doorgang. De flauwe bocht in de poortopening, diende om schieten door de poort heen onmogelijk te maken.
De bouw die in 1649 begon heeft erg lang geduurd door leveringsproblemen van de gebruikte Bentheimer steen, in 1654 werd de poort provisorisch gebouwd en pas in 1730 werd de inmiddels vervallen poort opgeknapt en volgens bouwplan afgemaakt, in diezelfde tijd werd ook de koepel aangebracht, in 1793 werd een uurwerk met klok in de koepel aangebracht.
De Ketenpoort was in het verleden de belangrijkste toegang tot de stad maar nadat de aanleg van de straatweg door de Streek naar Hoorn in 1672 was gerealiseerd ging bijna al het verkeer door de Koepoort.
Sinds de jaren '30 gaat het verkeer niet meer door de poort, maar wordt het eromheen geleid. De hoofdstraat van Enkhuizen, de Westerstraat, komt uit op de Koepoort en gaat daar over in het Westeinde.
Op de Koepoort prijkt een beeld van de Stedemaagd.