Hulst Keldermanspoort (Dubbele Poort of Bollewerkpoort)
Bij de inval van de Gentenaren in 1491 was de haveningang slechts beschermd door een open bolwerk. In 1506 begon men met de bouw van een ingewikkeld verdedigingswerk om dit zwakke punt op te heffen. Als ontwerpers en uitvoerders worden Domien de Waghemakere en Rombout Keldermans genoemd. De versterkte haveningang werd aan weerszijden geflankeerd door een poort voor het wegverkeer, terwijl bovendien aan beide zijden van de voor zout water toegankelijke haven een keermuur werd gemaakt, waarachter zich het zoete polderwater bevond. De poort is geheel bekleed met witte Belgische kalksteen. De oudere stadsmuur, die op de oeen halfronde toren, vermoedelijk uit het laatst van de vijftiende eeuw.
Het muurwerk is versierd met speklagen. De overwelfde kelder heeft gedichte schietgaten die aan de buitenzijde niet zichtbaar zijn.
Op de verdieping is een houten balklaag. Er zijn hier enige schietgaten en later ingebroken vensters in het muurwerk. In de borstwering van de zolderverdieping zijn werpsleuven, waaruit mag worden geconcludeerd dat men vreesde voor vijanden op het water vlak voor de toren. De toren was beroofd van het bovenste deel van de kap, dat in 1950 weer werd aangebracht met de bijbehorende topgevel aan de stadzijde. Aan de zijde van het Veerse Gat sluit bij de toren een stuk stadsmuur aan, waarin rechthoekige schietgaten. In de overkraagde weergang zijn enige kijksleuven zichtbaar. Langs de haveningang is eveneens een restant van de stadsmuur met weergangbogen. Direct naast de toren is een eenvoudige poortdoorgang naar de veersteiger. De stadzijde werd in 1738 gewijzigd en de weergang aan de zeezijde werd toen bebouwd.
De poort die voor een groot deel werd verwoest,werd in 1618 met aarde bedekt. In 1952 werden de restanten ontdekt en zijn de opgraving gestart